top of page
tips voor leraren autisme
logo autismevriendelijk onderwijs

TIPS VOOR LERAREN

OVER GEDRAG VAN

LEERLINGEN MET AUTISME

anders kijken naar gedrag autisme

Over het muurtje kijken?

 

Onder het wateroppervlak op zoek gaan naar de oorzaak van gedrag is niet altijd eenvoudig. Veel kinderen met autisme kunnen ook niet zo vlotjes benoemen vanwaar hun stress komt of wat er voor hen onduidelijk is. Zeker niet als de stress al de overhand heeft genomen. Geen enkel kind kan in zo’n situatie op een rustige, beleefde manier uiten wat er aan de hand is en wat het nodig heeft om weer rustig te worden.

Daarnaast kan bepaald gedrag veel verschillende oorzaken (en dus ook oplossingen) hebben. Een kind dat bijvoorbeeld niet meewerkt in de klas kan dat gedrag laten zien omdat er iets onduidelijk is. Maar evenzeer omdat hij het vak niet zinvol vindt of niet weet hoe hij aan taken moet beginnen. Er kan zelfs een sensorische oorzaak aan de basis liggen voor allerlei gedrag dat lijkt op een gebrek aan medewerking.

In zo’n geval is het soms interessanter om over het muurtje te kijken in plaats van te verdrinken onder water. Zie je voor een bepaald schoolvak weinig medewerking?

Verken dan eens hoe het gaat buiten de muren van je eigen klas: bij collega’s in andere lessen. Of, kijk zelfs verder dan de muren van de school: hoe gaat het thuis? In de hobby- of sportclub eventueel? Misschien wordt er buiten je eigen muren een aanpak gehanteerd die beter lijkt te werken bij het kind. Wanneer ouders en leraren openstaan voor wederzijdse tips en feedback, komt dit steeds ten goede van het kind met autisme.

Blijf dus niet hangen in gedrag. Dat is slechts een reactie op de onzekerheid in het brein.

Probeer je leerling te begrijpen door na te denken wat er voor twijfels, angst of stress zorgt.

 

Denk preventief om probleemgedrag te vermijden.

Ga in gesprek met je leerling en vraag waar er nog onduidelijkheden over zijn.

 

Maak tussendoor in je les tijd om even te horen of alles goed begrepen is.

Wacht hiermee niet tot het eind van de les. Soms is de stress dan al te groot.

 

Neem probleemgedrag niet persoonlijk.

Gedrag is vaak gericht op een onduidelijke situatie, niet zozeer op mensen.

 

Beschouw moeilijk gedrag als een hulpvraag.

De leerling loopt vast in frustraties, maar kan dit niet altijd even makkelijk op een gepaste manier uiten.

Overdonder je leerling met autisme tijdens stressmomenten niet met allerlei vragen zoals ‘wat is er aan de hand?’ of ‘wat is het probleem?’.

Die vragen beantwoorden zijn soms erg lastig als stress te groot is. Stel ze daarom pas als je leerling wat rustiger is geworden.

 

Voorzie een laagdrempelige manier om een hulpvraag te stellen door bijvoorbeeld een kaartje op de bank om te draaien.

Dat is voor kinderen met autisme makkelijker dan een vinger in de lucht steken.

 

Beperk allerlei gedragsreacties die niet onder water kijken.

Een kind enkel straffen voor iets wat het fout doet of klakkeloos belonen voor wat goed gaat, is niet altijd helpend op langere termijn.

 

Denk niet te vlug: ‘ik zie geen probleem, dus er is geen probleem’.

Veel kinderen met autisme camoufleren hun stress of paniek en ‘ontploffen’ in een andere situatie waarbij het hen veiliger lijkt.

autisme

Naar groen kijken!

 

Wanneer begeleiders over het muurtje in gesprek gaan met elkaar om kinderen met autisme beter te begrijpen, is er wel een belangrijke stelregel. Praat niet teveel en al zeker niet enkel over moeilijkheden die je ervaart, thuis of op school. Natuurlijk kan het eens goed doen om bij mekaar te ‘ventileren’, te horen dat het in een andere context ook een weg met pieken en dalen is, dat sommige dingen goed gaan en het op andere momenten moeilijk loopt.

 

Maar het zou wel eens kunnen dat begeleiders, uit verschillende of dezelfde context, daardoor in een probleemspiraal terecht komen. ‘Wat aandacht krijgt, groeit, zegt een oplossingsgerichte slogan. Wanneer we dus (te)veel aandacht aan problemen en moeilijke momenten geven, zien we er steeds meer. Het gebeurt dan wel eens dat begeleiders elkaar met de vinger gaan wijzen als oorzaak van het probleemgedrag van een kind met autisme.

 

Maar ook in gesprek met het kind zelf heeft het niet altijd veel zin om allerlei lastige momenten te analyseren of probleemgedrag te bespreken. Het negeren van moeilijkheden is ook een gedragsreactie en daar schiet je meestal weinig mee op. In veel situaties proberen we te achterhalen wat er precies moeilijk, onduidelijk of stresserend is, door te vergelijken met momenten die net wel goed gaan. Houd dus een focus op ‘groen’ in plaats van op ‘rood’ als je een kind met autisme wil begrijpen. Daarmee bedoelen we dat het erg leerzaam kan zijn om binnen of buiten je eigen muurtje op zoek te gaan naar activiteiten, mensen, plaatsen, momenten… waar het kind in rust is, vrolijk is of goed functioneert. Het kan dan inspirerend zijn om te ontdekken wat er zo anders is in die groene situaties. Wat doet het kind anders? Wat doen andere mensen? Welke hulp krijgt hij hier? Wat brengt er rust? En daar op volgend: hoe kunnen we dit nog veel meer doen?

Wees niet meteen ontmoedigd wanneer je hulp niet lijkt te werken.

Probeer verder te kijken dan één unieke oorzaak van gedrag.

 

Ga in gesprek met collega's en ouders van het kind met autisme. Welke interpretatie geven zij aan bepaald gedrag?

Een andere blik brengt soms nieuwe, frisse interpretaties en ideeën.

 

Interpreteer een hulpvraag van een collega of ouder niet als een teken van zwakte.

Wanneer ouders raad vragen aan leerkrachten of net andersom, is dat net een teken dat ze het beste willen voor het kind.

 

Heb je tips of nuttige adviezen voor elkaar? Schreeuw ze dan niet als bevelen over de muur van je eigen huis of school.

Daar komen burenruzies van. Luister als volwassenen naar elkaars mogelijkheden en noden.

 

Iedereen houdt van voorspelbare routines.

Spreek dus een vast overlegmoment af met collega's en ouders om vorderingen en aanpak te evalueren.

 

Plan een (informeel) overleg zodra je er de nood toe voelt.

Wacht niet tot bepaald gedrag helemaal escaleert.

 

Begin gesprekken met collega's en ouders steeds met ‘groene momenten’:

vertel elkaar wat er goed gaat, welke vorderingen gemaakt zijn, welke hulp goed werkt …

 

Doe datzelfde ook in een gesprek met een leerling met autisme.

Complimenteer het kind voor al die positieve momenten.

 

Probeer te achterhalen wat groene momenten zo groen maakt:

wat er zo anders is op het gebied van duidelijkheid, hulp, aanwezigheid van anderen, zintuiglijke prikkels, moment van de dag…

 

Denk na over hoe je die positieve elementen uit groene momenten nog veel meer kan inzetten, binnen en buiten je eigen klas.

bottom of page